Wie de jeugd heeft kan wel janken – John Toxopeus

Wie de jeugd heeft kan wel jankenEen jongetje is vanwege open TBC opgenomen in ‘Paviljoen 10’. Afgesneden van de buitenwereld en het grootste deel van zijn familie. Maar hij herstelt en kan het gewone leven weer oppakken. Hij groeit op, wordt volwassen en zet zijn verhaal  op schrift. 

‘Wie de jeugd heeft kan wel janken’ is het derde boek van auteur John Toxopeus. Ik ken hem van zijn eerdere verhalenbundel ‘Desnoods met harde hand’. Intelligente, bizarre verhalen die bleven boeien. Ik was dan ook benieuwd naar dit nieuwe boek met  intrigerende titel.

In deze autobiografische roman vertelt Toxopeus over zijn jeugd. Zijn verblijf in het sanatorium, maar ook over het gezinsleven waar steeds meer barsten in verschijnen. Zijn reis naar volwassenheid en zijn eerste werkervaringen. Het verhaal speelt in de jaren ‘50/’60. Voor mij geen persoonlijke herkenning in deze, maar ik vond het wel interessant om te lezen over de tijd waarin mijn moeder opgroeide en die ik dus een beetje ken door haar verhalen.

John Toxopeus heeft een scherpe pen, dat wist ik al van zijn andere boek. Ook in dit verhaal zie je dat duidelijk terug. Ingetogen humor, zelfspot, maar ook emotie. Vooral zijn beschrijvingen over het twee jaar durende sanatoriumverblijf waren raak en indrukwekkend. Als een film zag ik dat jongetje liggen, wachtend op zijn vader die niet kwam…  Verlangend naar zijn broer en zus, die ook niet naar binnen mochten… Wat mij betreft had het hele boek wel over die periode en de gevolgen daarvan op de rest van zijn leven mogen gaan.

“Mijn moeder was er iedere dag. Mijn vader kwam nooit. Aan de overkant van het water heb ik mijn broer en zus een keer zien staan. Ze mochten niet naar binnen vanwege besmettingsgevaar.”

‘Wie de jeugd heeft kan wel janken’ is geschreven in een zeer nuchtere stijl, zonder poespas. Over zijn ziekte vertelt de auteur zonder zelfmedelijden. Ook het huwelijk van zijn ouders en het effect daarvan op het gezin wordt droog en nuchter gebracht. De bijbehorende gevoelens en emoties lees je eigenlijk tussen de regels door. Ik zag een opgroeiende jongen, die last heeft van de sfeer thuis. Die veel moeite heeft met de ruzies tussen vader en moeder. Een jongen voor wie zijn plek in het gezin toch al niet vanzelfsprekend was door zijn lange verblijf in het sanatorium. Een jongen die aan de ene kant betutteld en vertroeteld wordt vanwege zijn medische achtergrond, waarover met name moeder lang bezorgd blijft, maar die aan de andere kant niet gezien wordt in het gezin.

“Als mijn vader en moeder ruzie maakten, ging ik onder de kapstok zitten en huilde met lange uithalen, net zo lang tot iemand me kwam troosten.”

Conclusie: autobiografisch verhaal, geschreven met humor, zelfspot en een scherpe pen.

Titel: Wie de jeugd heeft kan wel janken | Auteur: John Toxopeus | Uitgever: De Brouwerij | Brainbooks | ISBN: 9789078905844 | Blz.: 180

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

error: Content is protected !!